In het vonnis van 3 juli 2025 spreekt de rechtbank Amsterdam een verdachte vrij die ervan werd beschuldigd betrokken te zijn geweest bij een omvangrijke btw-carrouselfraude in de telecomsector, bekend onder de naam “Mega Havana Bakeliet”.
De verdachte werd onder meer verweten dat hij deel uitmaakte van een criminele organisatie die het oogmerk had op het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting en het plegen van valsheid in geschrifte, feitelijk leiding gaf aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en het feitelijk leidinggeven aan het opmaken van valse facturen. Volgens het Openbaar Ministerie heeft verdachte bewust deel uitgemaakt van btw-carrouselfraude en daaraan een actieve bijdrage heeft geleverd door valse facturen op te stellen en onjuiste aangiften omzetbelasting in te dienen bij de Belastingdienst. De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van alle feiten, omdat hij geen wetenschap had over de btw-carrouselfraude en daarom ook de opzet ontbreekt. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat sprake is geweest van nepbelverkeer en daarmee van schijntransacties en dat verdachte nauwelijks heeft samengewerkt met de andere leden van de criminele organisatie.
De rechtbank oordeelde dat er inderdaad sprake was van een criminele organisatie die btw-fraude pleegde, maar dat niet bewezen kan worden dat de verdachte daarvan wist of bewust een bijdrage leverde. Ook stelt de rechtbank vast dat zijn onderneming wel btw heeft afgedragen en dat de ingediende aangiften waren gebaseerd op facturen, waarvan niet kan worden vastgesteld dat deze vals zijn geweest. Er was bovendien onvoldoende bewijs dat de belminuten waarop die facturen gebaseerd waren geheel gefingeerd waren. Dat sommige gesprekken mogelijk door computers waren gegenereerd, maakt de facturen op zichzelf nog niet vals. Daarvan zou slechts sprake zijn als vast zou komen te staan dat in het geheel geen verkeer zou zijn doorgeleid en enkel sprake is van een papieren werkelijkheid, aldus de rechtbank.
Omdat op geen enkel onderdeel van de aanklacht overtuigend bewijs was voor opzet of betrokkenheid, is de verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank benadrukt in de uitspraak dat het gaat om de wetenschap die de verdachte op het moment zelf heeft. Die wetenschap ontbrak en daarmee ook het strafbare opzet.
Rechtbank Amsterdam 3 juli 2025
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:4636
