De eigenaar van een eenmanszaak die zich bezighoudt met de import, export en verkoop van auto’s alsmede de reparatie van auto’s wordt ervan verdacht belastingfraude te hebben gepleegd. Volgens het OM heeft hij opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting ingediend en opzettelijk valse inkoopfacturen, een vervalst grootboekadministratie en een vervalst transactieoverzicht ter beschikking gesteld aan de Belastingdienst.

In de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2021 heeft de eigenaar verzocht om de teruggave van € 193.543 aan voorbelasting. Vanwege een overschrijding van de negatieve norm wordt de aangifte door de Belastingdienst gesignaleerd en in behandeling genomen. De controlemedewerker heeft de eigenaar vervolgens verzocht tot het aanleveren van nadere stukken om de aangifte te onderbouwen. De door de eigenaar overgelegde stukken zijn door controlemedewerkers van de Belastingdienst onderzocht, waarna is geconstateerd dat deze zijn vervalst. Naar aanleiding hiervan is het vermoeden ontstaan dat de eigenaar de namens zijn eenmanszaak ingediende aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2021 opzettelijk onjuist heeft ingediend, waarna het strafrechtelijk onderzoek is gestart.

Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat over de periode van het vierde kwartaal 2020 tot en met het derde kwartaal 2021 voor een totaalbedrag van € 272.516 ten onrechte aan voorbelasting is geclaimd. De eigenaar heeft de feiten bekend. Op grond van zijn bekentenis en de overige ondersteunende bewijsstukken acht de rechtbank alle ten laste gelegde feiten overtuigend bewezen.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot 240 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren. Verdachte heeft voor een totaalbedrag van € 272.516 ten onrechte aan voorbelasting geclaimd. Uiteindelijk heeft het handelen van verdachte een nadeel voor de maatschappij veroorzaakt van een bedrag van € 45.911. Dat het benadelingsbedrag beperkt is gebleven tot voornoemd bedrag is niet aan verdachte te danken geweest, maar aan het onderzoek van de controleambtenaren van de Belastingdienst, aldus de rechtbank.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte echter rekening met de omstandigheid dat hij ter zitting er blijk van heeft gegeven dat zijn handelwijze ontoelaatbaar is, hij verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden en al in zijn verhoor bij de FIOD meteen openheid van zaken heeft gegeven. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat in dit geval een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar passend en geboden is.

Rechtbank Overijssel 18 december 2023,  ECLI:NL:RBOVE:2023:5174

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2023:5174