Verdachte, voormalig directeur van Achmea Health Centers, wordt ervan verdacht een half miljoen euro aan premies die hij van zijn werkgever had ontvangen, op een andere manier uit te laten keren zodat het geen loon leek. Verdachte zou hebben geweten dat dit loon betrof, maar zou er bewust voor hebben gekozen om het op een andere manier uit te laten keren, via huurverhogingen van panden die door hem aan de onderneming werden verhuurd. Vervolgens heeft hij nagelaten dit als inkomen op te geven bij de Belastingdienst.

Naar het oordeel van de Rechtbank heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk doen van onjuiste en onvolledige aangiften inkomstenbelasting gedurende een periode van zes jaar. Verdachte heeft zich in de hoedanigheid van bestuurder van een onderneming een blijf- en presteerpremie laten uitkeren van meer dan € 500.000. Verdachte was er naar het oordeel van de Rechtbank van op de hoogte dat dit loon betrof, maar heeft er omdat dat voor hem fiscaal gunstiger was voor gekozen om dit via huurverhogingen uit te laten keren. Hierdoor is er ongeveer € 256.937 te weinig aan inkomstenbelasting geheven.

Verdachte heeft enkel uit financieel gewin gehandeld, hetgeen hem door de Rechtbank kwalijk wordt genomen. Verdachte is echter nooit eerder veroordeeld. De Rechtbank stelt eveneens vast dat sprake is van een groot tijdsverloop tussen de pleegdata van de feiten en de uiteindelijke berechting van verdachte, waardoor de redelijke termijn met tien maanden is overschreden.

Alles afwegende veroordeelt de Rechtbank verdachte tot een taakstraf van 150 uur en een geldboete van € 250.000.

Rechtbank Midden-Nederland 5 juli 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:3333

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:3333