De treasury en control manager van woningcorporatie Vestia heeft jarenlang in strijd met het geldende beleid gebruik gemaakt van een ‘introducing broker’ bij het aangaan van derivaatcontracten met banken waarvoor hij een deel van de fee die deze broker van de banken ontving doorbetaald kreeg. Zij zijn hiervoor beiden in eerste aanleg reeds veroordeeld. De manager is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden wegens niet-ambtelijke omkoping, oplichting, valsheid in geschrifte en gewoontewitwassen. De broker is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden wegens niet-ambtelijke omkoping, het feitelijk leiding geven aan het door zijn B.V. voeren van een onjuiste administratie en het opzettelijk doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting.

Ook in hoger beroep acht het hof bewezen dat zowel de manager als de broker zich schuldig hebben gemaakt aan niet-ambtelijke omkoping. Vanuit zijn positie binnen Vestia introduceerde de manager de broker bij banken en maakte hij veelvuldig gebruik van hem bij het aangaan van derivaatcontracten. De manager kon hiervan profiteren, doordat de helft van de fees die de broker betaald kreeg van de banken aan hem werd doorbetaald. Deze doorbetalingen bleven uit het zicht van Vestia, waardoor sprake is geweest van een omkopingsrelatie, belangenverstrengeling en een onzuivere relatie tussen de broker en Vestia.

De manager heeft zich daarnaast tevens schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte door de broker bewust bij Vestia buiten beeld te houden. Dit deed hij door onder andere iedere verwijzing naar de broker uit e-mails te verwijderen en deze vervolgens door te (laten) sturen naar Vestia. Ook wordt de manager veroordeeld voor witwassen. Wel spreekt het hof de manager vrij van oplichting. Er dient aannemelijk te worden gemaakt dat als – kort gezegd – de broker bij het aangaan van de derivaatcontracten de indruk zou hebben gegeven niet enkel het belang van Vestia te dienen maar ook zijn eigen belangen – Vestia niet tot het afsluiten van de betreffende derivaatcontracten zou zijn overgegaan. Volgens het hof kan niet worden vastgesteld of Vestia nu meer van dit type contracten heeft afgesloten dan dat anders gebeurd zou zijn.

De broker wordt vrijgesproken van valsheid in geschrifte. In een twaalftal facturen zou ten onrechte werk in rekening zijn gebracht voor “bemiddeling financiering”, terwijl van dergelijke werkzaamheden geen sprake zou zijn geweest. Van valse facturen is echter volgens het hof geen sprake. Er is namelijk enigszins bemiddeld bij de totstandkoming van derivatencontracten. Dat de bedragen die daarmee gemoeid waren niet in een redelijke verhouding staan tot de verrichte diensten en dat die bedragen werden overgemaakt om de dankzij de bemiddeling gerealiseerde omzet te delen, maakt die facturen daarmee nog niet vals. Ook wordt de broker vrijgesproken van gewoontewitwassen aangezien het volgens het hof niet bewezen kan worden dat hij wist dat de fee-betalingen van banken uit misdrijf afkomstig waren. Het feitelijk leiding geven tot het doen van onjuiste aangifte vennootschapsbelasting wordt wel bewezen. Er is volgens het hof noch uit het dossier noch ter zitting gebleken dat de broker tot rectificatie van de onjuiste aangiften heeft willen komen en ook van inkeer is geen sprake. Tevens acht het hof feitelijk leiding geven aan het opzettelijk voeren van een onjuiste administratie bewezen. In de administratie van de broker waren in de jaren 2006 t/m 2010 namelijk geen facturen opgenomen die betrekking hadden op de betaalde steekpenningen.

Het hof veroordeelt de manager tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk en de broker tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar en een taakstraf van 460 uur. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat de redelijke termijn aanzienlijk is overschreden met bijna acht  jaren.