Verdachte wordt tenlastegelegd dat hij aangiften inkomstenbelasting over de jaren 2011 t/m 2015, op naam van anderen, valselijk heeft opgemaakt dan wel dat hij deze aangiften inkomstenbelasting opzettelijk onjuist heeft ingediend en daarbij 12 nota’s valselijk heeft opgemaakt.

De Rechtbank stelt vast dat verdachte geheel zelfstandig buitengewone lasten heeft voorgewend en dat hij dit deed zonder zich – al dan niet aan de hand van bewijsstukken – ervan te vergewissen of er ook daadwerkelijk kosten waren gemaakt. Verdachte nam dusdanig hoge kosten op in de aangiften, dat zijn cliënten in aanmerking kwamen voor een teruggave wegens buitengewone lasten. Verdachte is niet fiscaal onderlegd en niet op de hoogte van de laatste wet- en regelgeving, maar voerde naar eigen inzicht buitengewone lasten op en verzon zelfs redenen daartoe. Door op deze wijze te werk te gaan kan het naar het oordeel van de Rechtbank niet anders dan dat verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij onwaarheden in de aangiftes zette.

Verdachte heeft op grote schaal belastingfraude gepleegd in de periode 2013 tot en met 2016. In de tenlastelegging is slechts een selectie van de door verdachte gedane onjuiste aangiften inkomstenbelasting opgenomen. Op grond van het dossier en het onderzoek ter zitting is gebleken dat de ten laste gelegde feiten een representatieve selectie betreffen van het totale aantal aangiften waarin verdachte binnen de bewezenverklaarde periode – zonder medeweten van de betreffende belastingplichtigen – onjuiste bedragen in aftrek heeft gebracht. In een door de Belastingdienst gemaakte berekening is het belastingnadeel berekend op € 1.984.302. De Rechtbank gaat ervan uit dat binnen de bewezenverklaarde periode het totaalbedrag iets lager is geweest. De Rechtbank gaat dan ook uit van een belastingnadeel van meer dan anderhalf miljoen euro.

De belastingplichtigen, voor wie verdachte onjuiste aangiften heeft gedaan, moeten als gevolg van zijn handelwijze onterecht teruggaven – met rente – terugbetalen aan de Belastingdienst, met alle problemen van dien. De Rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Alles overwegende veroordeelt de Rechtbank verdachte tot een gevangenisstraf van 22 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Als bijzondere voorwaarde stelt de Rechtbank dat verdachte zich onthoudt van iedere vorm van advisering inzake fiscale aangelegenheden van derden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2018:3374