Beschikkingen van rechter-commissarissen over de reikwijdte van het verschoningsrecht worden slechts sporadisch gepubliceerd. Juist daarom is deze beschikking van de rechter-commissaris van de Rechtbank Rotterdam interessant. De beschikking biedt een inkijk in de wijze waarop in beslag genomen stukken in de praktijk worden beoordeeld op de aanwezigheid van verschoningsgerechtigde informatie en bevat enkele concrete handvatten voor de beoordeling van correspondentie, overeenkomsten en facturen van verschoningsgerechtigden.
In deze beschikking van de rechter-commissaris van Rechtbank Rotterdam van 2 april 2026 (gepubliceerd 18 juni 2026) staat de vraag centraal of onder meer tijdens een doorzoeking inbeslaggenomen facturen van verschoningsgerechtigden als verschoningsgerechtigd moeten worden aangemerkt.
In het kader van een strafrechtelijk onderzoek had een doorzoeking plaatsgevonden bij één van de verdachten. Daarbij zijn diverse fysieke stukken in beslag genomen. Nadat de verdediging had aangegeven dat zich mogelijk verschoningsgerechtigde informatie tussen het beslag bevond, heeft de rechter-commissaris de door de verdediging aangewezen stukken beoordeeld op de aanwezigheid van verschoningsgerechtigd materiaal.
De beoordeling betreft onder meer correspondentie, overeenkomsten en facturen afkomstig van verschoningsgerechtigden.
Ten aanzien van een brief van Rechtbank Den Haag aan een advocaat oordeelt de rechter-commissaris dat geen sprake is van een brief of geschrift als bedoeld in art. 98 lid 1 Sv. Onder verwijzing naar HR 26 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:110 overweegt de rechter-commissaris dat correspondentie tussen anderen dan de verschoningsgerechtigde en degene die zich tot hem heeft gewend niet reeds vanwege de betrokkenheid van een advocaat als verschoningsgerechtigd kan worden aangemerkt. Dat de brief is gericht aan een advocaat maakt de inhoud daarvan daarom nog niet verschoningsgerechtigd.
Voorts komen diverse facturen van verschoningsgerechtigden aan de orde. De rechter-commissaris maakt daarbij een onderscheid tussen gespecificeerde en ongespecificeerde facturen. Facturen waarin een beschrijving is opgenomen van de verrichte werkzaamheden en in sommige gevallen een urenspecificatie zijn volgens de rechter-commissaris wel verschoningsgerechtigd. Door de omschrijving van de werkzaamheden kunnen dergelijke stukken inzicht geven in de aard en inhoud van de juridische dienstverlening.
Anders ligt dat voor facturen die uitsluitend het factuurbedrag vermelden en geen specificatie bevatten van de verrichte werkzaamheden. Onder verwijzing naar Hof Amsterdam 27 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:442 overweegt de rechter-commissaris dat dergelijke facturen niet raken aan het vertrouwelijke karakter van de werkzaamheden van de verschoningsgerechtigde voor diens cliënt. Deze facturen worden daarom niet als verschoningsgerechtigd aangemerkt.
Eenzelfde lijn is zichtbaar bij de beoordeling van overeenkomsten. Overeenkomsten waarin is beschreven welke juridische werkzaamheden zullen worden verricht, worden aangemerkt als verschoningsgerechtigd. Een overeenkomst met een derde partij omtrent het openen van bankrekeningen wordt daarentegen niet onder het verschoningsrecht gebracht.
De beschikking maakt vooral duidelijk dat de enkele betrokkenheid van een advocaat of andere verschoningsgerechtigde niet doorslaggevend is geweest voor de rechter-commissaris. Beslissend is of uit het stuk informatie blijkt over de inhoud of aard van de vertrouwelijke dienstverlening. Met name ten aanzien van facturen bevestigt de beschikking dat specificaties van werkzaamheden onder het verschoningsrecht kunnen vallen, terwijl een ongespecificeerde declaratie daarvoor volgens de rechter-commissaris onvoldoende aanknopingspunten biedt.
https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:6512
