De Rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart de beroepen tegen de IB/PVV-aanslagen 2016 en 2017 ongegrond: de motivering van de Belastingdienst was voldoende, eerdere afspraken met de Belastingdienst zijn niet bewezen en er is geen sprake van rechtsongelijkheid. De belastingrente blijft in stand en er volgt geen vergoeding.

Voor 2016 was een aanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 53.219 met € 250 belastingrente. Na bezwaar is dit verminderd naar € 51.855 met € 162 belastingrente. Voor 2017 was aanvankelijk een aanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 58.669 met € 221 belastingrente. Na bezwaar is dit verminderd naar € 58.642 met € 219 belastingrente. Belanghebbende had in beide jaren onder andere inkomsten uit pastoraal werk en preekbeurten.

In 2021 waren afspraken gemaakt tussen de Belastingdienst en de gemachtigde van belanghebbende over de behandeling van aangiften. Deze afspraken zijn later door de inspecteur beëindigd, omdat zij volgens de inspecteur niet werden nagekomen en vanwege de wijze van communiceren van de gemachtigde, die als dwingend en beledigend en daarmee als grensoverschrijdend werd beschouwd. Daarbij is bepaald dat de gemachtigde niet langer per e-mail mocht corresponderen.

Op 27 februari 2024 heeft de inspecteur de vooraankondiging en op 26 maart 2024 de kennisgeving van de uitspraken op bezwaar naar de gemachtigde gestuurd. De uitspraken op bezwaar zijn op 9 april 2024 naar belanghebbende gestuurd. Op 21 mei 2024 heeft belanghebbende telefonisch verzocht om de motivering van de uitspraken op bezwaar, waarna de inspecteur op 22 mei 2024 de vooraankondiging en kennisgeving per e-mail aan belanghebbende heeft toegestuurd.

De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van schending van de motiveringsplicht. Eventuele tekortkomingen zijn gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb, nu belanghebbende de stukken alsnog heeft ontvangen en zijn beroepsgronden kon aanvullen. Er is geen bewijs geleverd voor het bestaan van bindende afspraken met de Belastingdienst, noch voor rechtsongelijkheid, discriminatie of willekeur. Tegen de belastingrente zijn geen afzonderlijke gronden aangevoerd.

De beroepen zijn ongegrond. Het griffierecht wordt niet terugbetaald en er is geen proceskostenvergoeding toegekend

 

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 juli 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:4775

https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:4775