Rechtbank Gelderland oordeelde in een recente uitspraak dat de vergrijpboeten, opgelegd aan Curaçaose vennootschap, ten onrechte zijn opgelegd en moeten worden vernietigd. De inspecteur had de vennootschap namelijk niet uitgenodigd tot het doen van aangiften vennootschapsbelasting.

De casus draait om een Curaçaose vennootschap, onderdeel van een concern. De vennootschap is opgericht naar het recht van Curaçao. Het concern houdt zich onder meer bezig met het beleggen van vermogen. In 2017 start de inspecteur een vestigingsplaatsonderzoek naar de vennootschap en daarmee gelieerde concernvennootschappen. De rol van de aandeelhouder – woonachtig in Nederland – staat centraal in het oordeel over de werkelijke leiding. De grote hoeveelheden e-mailcorrespondentie, presentaties en interne memo’s geven het beeld dat hij de initiatieven nam voor beleggingen, herstructureringen, leningen en de spreiding van grote liquide posities. De inspecteur stelt zich naar aanleiding van dat onderzoek op het standpunt dat de werkelijke leiding van de vennootschap in Nederland wordt uitgeoefend door de aandeelhouder, samen met diens adviseurs, en niet door de formele bestuurder. Volgens de inspecteur is daarmee sprake van een binnenlandse belastingplicht voor de vennootschapsbelasting voor de jaren 2010 tot en met 2018.

Aangezien alle wezenlijke beslissingen over het vermogen van de vennootschap in de jaren 2011 tot en met 2015 zijn genomen door de aandeelhouder en niet door de formele bestuurder, acht de rechtbank het aannemelijk dat dit in de jaren 2010 en 2016-2018 niet anders is. Het gaat de rechtbank erom dat de handelwijze ten aanzien van de beslissingen over het vermogen van belanghebbende, zeer vergelijkbaar is met de handelwijze ten aanzien van die beslissingen in de jaren 2011 tot en met 2015. Op grond daarvan trekt de rechtbank de conclusie dat het in de jaren na 2015 niet anders is gegaan en de belangrijke kernbeslissingen van belanghebbende niet zijn genomen door de formele bestuurder, maar door de aandeelhouder. De rechtbank komt daarom tot het oordeel dat de werkelijk leiding van belanghebbende ook in de jaren 2010 en 2016-2018 is uitgeoefend in Nederland en de vestigingsplaats van belanghebbende in die jaren daarom Nederland is. De navorderingsaanslagen blijven daarom in stand.

Op grond van artikel 67e van de AWR zijn bij het opleggen van de navorderingsaanslagen ook vergrijpboeten opgelegd aan de vennootschap. Op het punt van de boeten komt de rechtbank tot een ander oordeel. De inspecteur verwijt belanghebbende in essentie dat zij geen aangifte heeft gedaan en geen uitreiking van aangiftebiljetten heeft gevraagd. De rechtbank stelt echter vast dat belanghebbende jarenlang niet tot aangifte was uitgenodigd en dat de inspecteur zelf later goedkeurde dat bepaalde aangiften achterwege mochten blijven. Een boete wegens het niet-indienen van aangiften kan in dat licht niet worden gebaseerd op opzet of grove schuld. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat belanghebbende zich heeft laten bijstaan door een professioneel belastingadvieskantoor en dat zij erop mocht vertrouwen dat dit kantoor de noodzakelijke zorgvuldigheid betrachtte. De actieve betrokkenheid van de adviseurs bij zowel de structuur als de investeringen maakt volgens de rechtbank dat belanghebbende niet kan worden verweten dat zij zich niet heeft verdiept in de vestigingsplaatsvraag. Er was geen reden te twijfelen aan de adviezen en er is geen bewijs dat belangrijke feiten voor de adviseur zijn achtergehouden.

De rechtbank komt derhalve tot de slotsom dat boeten moeten worden vernietigd gelet op de omstandigheden. Daarmee onderstreept de uitspraak een belangrijk uitgangspunt in de boeterechtspraak: als een belastingplichtige zich laat bijstaan door een deskundig adviseur en daarop in redelijkheid mag vertrouwen, kan hem niet zonder meer worden verweten dat een bepaalde juridische kwalificatie achteraf onjuist blijkt te zijn, zeker wanneer de inspecteur jarenlang geen uitnodigingen tot aangifte heeft verstrekt.

https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:10940